|
Neem de teugels in handen is een ervaringsgerichte training over leidinggeven.
Voor
deze training werken
Aanzet en
Overdulve-Equi samen.
Het ervaren, doen en zien
werken van elkaar maakt de training van meet af aan interactief. De deelnemers
doen primaire ontdekkingen op met paarden. De trainers en medecursisten helpen
de vertaalslag naar de praktijk te maken. Dit maakt dat de training leerzaam en
laagdrempelig is. Tijdens het hele trainingstraject wordt gewerkt met
coachgroepen.
|
Doelgroep
De training is bestemd voor
leidinggevenden: |
|
■ |
met ten minste 1 jaar
ervaring in een functie op operationeel leidinggevend niveau. |
|
■ |
met een MBO denk- en
werkniveau. |
|
■ |
met kennis van de
verschillende leiderschapstijlen zoals delegeren, directief zijn, sturen,
ondersteunen. |
|
■ |
die beschikken over de
basisvaardigheden communicatie.
|
|
Programma |
|
1e trainingsdag |
“Beweging en energie” |
2 dagdelen. Locatie Bathmen |
|
Coachgroep |
|
1 dagdeel. Locatie Nijmegen en Bathmen |
|
2e trainingsdag |
“Positie en plaats innemen” |
2 dagdelen. Locatie Bathmen |
|
Coachgroep |
|
1 dagdeel. Locatie Nijmegen en Bathmen |
|
3e trainingsdag |
“Kijken en zien” |
2 dagdelen. Locatie Batmen |
|
Coachgroep |
|
1 dagdeel. Locatie Nijmegen en Bathmen |
|
4e trainingsdag |
“Rondmaken” |
2 dagdelen. Locatie Bathmen |
|
1e terugkomdagdeel |
|
1 dagdeel. Locatie Bathmen |
|
2e terugkomdagdeel |
|
1 dagdeel. Locatie Bathmen |
Data 2009
21 april, 12 mei,
16 juni, 10 september, 8 oktober en 12 november.
De data voor de coachgroepen
worden in overleg tussen trainers en deelnemers met elkaar afgesproken.
Uw investering
De training bedraagt €
1.945,00 per deelnemer exclusief BTW. Dit bedrag is inclusief locatiekosten,
lunch op trainingsdagen en koffie/thee/frisdrank gedurende alle dagen.
Deze training kan ook
incompany verzorgd worden. Heeft dit uw interesse neem dan contact met ons op.
Inhoud trainingsdagen
Dag 1. ‘Beweging
en energie’
Deze dag gaat over de manier
van reageren van de deelnemer en het effect daarvan op anderen. Dit heet
interactie! Wij zetten paarden in om dat te ervaren. Paarden reageren op een
onbevooroordeelde en authentieke manier op lichaamstaal, houding en gedrag. De
deelnemer wordt zich bewust van de interactie en krijgt feedback van trainers en
medecursisten.
|
De volgende thema’s komen aan
de orde: |
|
■ |
Hoe benader ik anderen? |
|
■ |
Hoe motiveer ik anderen? |
|
■ |
Welke reacties zie ik bij de
ander en wat doe ik waardoor de ander zo reageert? |
|
■ |
Wat speelt er mee in hoe ik
de Ander benader? |
|
Methodieken:
|
|
■ |
Filippusmethode (inzet van
paarden) |
|
■ |
DIP & KIK en de oei,
oei....gedachte |
|
■ |
Proactief en reactief werken |
|
■ |
Johari venster |
|
■ |
Geven en ontvangen van
feedback |
|
■ |
Reflecteren |
Dag 2. ‘Positie
en plek innemen’
Als je de positie van
leidinggevende hebt kun je nog veel twijfels en vragen hebben over hoe je de
plek inneemt die bij deze positie hoort. Als je leidinggevende bent geworden van
je eigen afdeling moet je bijvoorbeeld leren hoe je bij je team kunt horen
zonder nog dezelfde collega te zijn. Er zijn immers andere verwachtingen van
jou; je moet knopen doorhakken, daar de verantwoordelijkheid voor nemen,
loyaliteit verleggen, de visie van de organisatie uitdragen, collega’s
begeleiden en instrueren.
Een tweede thema is de manier
waarop jij je verbonden voelt met de organisatie en de omgeving waarin jij
werkt. Een geinspireerd leidinggevende werkt vanuit zijn hart: hij staat voor de
visie in plaats van zich daarachter te verschuilen.
| Thema’s: |
|
■ |
Je hebt de positie van
leidinggevende. Ben jij ook de leidinggevende? Neem je de plek ook in
die daar bij hoort? Welke moeilijkheden kom je hierin tegen. Daar gaan wij mee
aan de slag! |
|
■ |
Hoe sta jij tegenover de
omgeving waarin je functioneert en de rol de je hebt. De omgeving is de
organisatie waarvoor je werkt, de afdelingsdoelen die gesteld zijn, de collega’s
waarmee je samenwerkt, de cliënten waarvoor en met wie je werkt. De rol is hoe
jij invulling geeft aan je positie als leidinggevende. |
|
■ |
Hoe speelt “daar waar jij
voor staat” door in wat je uitstraalt aan energie en beweging? Hier zit
terugkoppeling naar de eerste trainingsdag. |
|
■ |
Je hebt een sandwichfunctie.
De bovenste boterham is het management, de onderste boterham is je team. Ben je
het geplette plakje kaas of ben je de smaakmaker! |
Methodieken: |
|
■ |
Filippusmethode (inzet van
paarden) |
|
■ |
Cirkel van invloed en cirkel
van betrokkenheid |
|
■ |
Roos van Leary. Herkennen van
samen- en tegengedrag in jezelf en anderen. |
|
■ |
Leidend en volgend gedrag. |
Dag 3.
‘Kijken en zien’
Kijken en zien gaat over jouw
manier van waarnemen en het interpreteren van wat je waarneemt. Waarnemen gaat
over wat jij cliënten, medewerkers en management ziet doen. Interpreteren gaat
over hoe jij invult wat je ziet gebeuren. Wat zie je allemaal? Wat doet dat met
jou en welk effect heeft dat op de interactie?
|
Onderwerpen zijn: |
|
■ |
Ben/blijf je je bewust van je
omgeving, wat er ook gebeurd? |
|
■ |
Vooruit kijken en voorzien
wat de ander (medewerker, manager, cliënt) gaat doen. |
|
■ |
Je bewust zijn van je
interpretatie en het checken daarvan. |
|
■ |
Waarnemen en voor waar
aannemen. |
Methodieken: |
|
■ |
Filippusmethode (inzet van
paarden) |
|
■ |
Verhelderende vragen stellen |
|
■ |
Feedback geven en ontvangen |
|
■ |
Groepsgesprekken
|
|
■ |
Waarnemingsoefeningen |
Dag 4.
‘Rondmaken’
Op deze laatste trainingsdag
worden casussen uit de eigen praktijk behandeld. We maken elke keer de koppeling
naar “beweging en energie”, “positie en plek” en “kijken en zien”.
|
Methodieken: |
|
■ |
Behandelen van casussen uit
de praktijk volgens de 10 stappen methode. |
|
■ |
Helpende vragen stellen |
Terugkomdagen
|
|
■ |
Na 1 maand terugkomochtend |
|
■ |
Na 2 maanden terugkomochtend |
Uitgangspunten: |
|
■ |
De groep wordt opgesplitst
in twee coachgroepen die tussen de trainingsdagen door bij elkaar komen. Beide
coachgroepen worden begeleid door één van de trainers. |
|
■ |
De training is zodanig
opgezet dat alle elementen van de leercirkel van Kolb aan bod komen. Dit zijn
ervaren, reflecteren, verwerken van kennis en theorie, experimenteren/ervaren,
reflecteren enzovoorts. |
|
■ |
De eerste drie dagen wordt
s’ochtends gewerkt met de paarden. ‘s Middags ligt de focus op de koppeling met
de praktijk. Voor de theoretische voeding maken we gebruik van praktische
managementmethodieken. |
|
■ |
Niet praten over maar
ervaren en experimenteren. |
|
■ |
De trainers helpen om de
vertaalslag te maken. Zij hebben de overtuiging dat het leuk is om jezelf op
deze manier verder te ontdekken. |
| |
|
|