Leidinggeven is een gift.


Leidend is iedereen wel eens. Dagelijks. Soms op de gekste, onverwachtste momenten. Als je hond opeens oversteekt en hij moet direct teruggeroepen worden. Of als in een onoverzichtelijke verkeerssituatie íemand als eerste in beweging moet komen. Er zijn de hele dag door situaties waarin je leidend op kunt treden. Met nadruk op “kunt”. Je kunt het doen. Je kunt het ook laten.

Dat wordt anders wanneer je “leidinggevende” bent. Dan is er geen vrijblijvendheid meer. Zodra je op de werkvloer, dus in functie, bent moet je leiding geven. Er zijn mensen die dat heel makkelijk en vanzelf doen. Er zijn ook mensen die de hele dag door het gevoel hebben dat ze iets moeten doen wat ze niet zijn. En tussen die twee uitersten is een heel scala aan mogelijkheden van hoe leidinggevenden het leiding geven ervaren.

Wat wij in onze trainingen steeds weer merken, is dat mensen dikwijls op gespannen voet staan met leiding geven. Het maakt echt niet uit of mensen zelf hebben gesolliciteerd naar de functie van leidinggevende, en ook niet of iemand gemotiveerd is voor de zaak en hart heeft voor de medewerkers en de klanten. Vaak heeft het te maken met hoe mensen diep van binnen oordelen over ‘leiden’: er zijn associaties met macht, met dominantie, met de lakens uitdelen en de baas spelen, met hoog van de toren blazen....
Wie zo over ‘leiding’ denkt heeft er een soort gevoel bij dat dat nou eigenlijk niet de bedoeling is en dat dat nou niet is hoe jij het wilt doen. Jammer genoeg is er dan weinig plek voor het besef dat leiding geven iets is wat je te geven hebt, een gift, iets waar je van uitdeelt omdat een ander het nodig heeft en het kan gebruiken.

Die lastige oordelen over leiding geven hebben tot gevolg dat leidinggevenden vaak vooral proberen van alles niet te zijn of te doen: ze willen niet machtswellustig zijn en ook willen ze niet de baas spelen. Het komt veel voor dat mensen dat van zichzelf eigenlijk niet eens zo in de gaten hebben.
Vooral nieuwe leidinggevenden die zijn opgeklommen vanaf de werkvloer kunnen worstelen met dit soort ‘niet-boodschappen’. Reken maar dat daar energie in gaat zitten. En het gekke is: je wordt dan misschien wel niet voor machtswellustig versleten door de medewerkers, maar je krijgt te horen dat je zo onduidelijk bent, of elke dag iets anders zegt, of dat je te dicht bovenop je medewerkers zit....!

Nieuwkomers in leidinggevendenland hebben zonder uitzondering steun in de rug nodig. Niet om te leren hoe de baas te spelen, noch om te ontdekken hoe dominant te zijn, maar om te ontdekken hoe je jezelf, met wie je bent en met wat je in huis hebt, zo in kunt zetten dat je invloed uit kunt oefenen.
Leiding geven is niets anders dan invloed uitoefenen en dat zo doen dat het effectief is. Een leidinggevende oefent invloed uit op het werk van de medewerkers en doet dat met het oog op het welbevinden van die medewerkers, met het oog op de klanten, met het oog op de verwachtingen van de directie, kortom, met het oog op alles wat samenhangt met (de formule van) de zaak.

Invloed uitoefenen dus.
Daarmee kun je oefenen tijdens een training leidinggeven. Een training die, door de gekozen werkvormen en de aansluitende theorie, een nieuwe leidinggevende helpt heel snel te ontdekken wat er in zijn of haar invloedsfeer ligt en hoe die invloed aangewend kan worden....

 
Print deze pagina:  Print deze pagina